Visuele aandachtspunten
Hardingsvlekken
In zijn gewone staat is glas een amorf en dus isotroop materiaal. Het heeft met andere woorden identieke optische (brekingsindex) en mechanische eigenschappen in alle richtingen. De thermische behandeling van half-gehard en gehard glas wekt in het glasblad drukspanningen op aan het oppervlak, met als gevolg van dit verschijnsel dat het glas anisotroop wordt.
Door de natuurlijke belichting en de reflecterende eigenschappen die van punt tot punt variëren, kan de oppervlakte van het glasblad tekeningen van verschillende kleur vertonen, wat te wijten is aan de interferentieverschijnselen. Deze tekeningen zijn het gevolg van de thermische behandeling en mogen niet als een gebrek worden aanzien.
Doorbuigingen
Gezien de aard van de hardingsprocessen is thermisch gehard glas niet zo vlak als niet-gehard glas. Dit kan leiden tot optische vervormingen.
Om deze optische vervormingen te bepalen, maken we onderscheid tussen plaatselijke en algemene doorbuiging. De methode voor het juist opmeten van de doorbuiging wordt opgegeven in de norm NBN EN 12150.
De algemene vlakheid wordt gemeten langsheen de randen en de diagonalen van het glasblad. De maximale pijl (maximum afstand tussen de meetlat of het koord en het glasoppervlak) wordt uitgedrukt in mm. De maximale toegelaten pijl is 3,0 mm/m voor floatglas zonder coating en 4,0 mm/m voor ander glas. Voor geëmailleerd glas waarvan het email niet het gehele oppervlak bekleedt, moet de fabrikant geraadpleegd worden.
Boorgaten
Glas met boringen kan gehard worden, mits er rekening wordt gehouden met een aantal voorwaarden om te voorkomen dat het glas breekt tijdens het harden.
Diameter van de gaten
De diameter van de gaten moet minstens gelijk zijn aan de glasdikte.
Plaats van de gaten
De toegelaten afstand tussen de rand van een gat en de rand van het glas, tussen de rand van een gat en de hoek van het glas en tussen twee gaten hangt af van:
- De glasdikte ‘e’ (mm)
- De afmetingen B en H (mm) van het glas
- De diameter ø (mm) van het gat
- De vorm van het glas
- Het aantal gaten
Hieronder geven we de na te leven beperkingen mee voor glas met maximaal vier gaten.
- De afstand ‘a’ tussen de rand van een gat en de rand van het glas mag niet kleiner zijn dan tweemaal de glasdikte: a ≥ 2e.
- De afstand ‘b’ tussen twee gaten mag niet kleiner zijn dan tweemaal de glasdikte: b ≥ 2e.
- De afstand ‘c’ tussen de rand van een gat en de hoek van het glas mag niet kleiner zijn dan zesmaal de glasdikte: c ≥ 6e.
